Wetsvoorstel herziening partneralimentatie aangenomen door Eerste Kamer

22 mei 2019

Mr M.L. Wierstra

Op 19 juni 2015 is namens Tweede Kamerleden van de VVD, PvdA en D66 een initiatiefvoorstel Wet herziening partneralimentatie ingediend. Het initiatiefvoorstel heeft tot doel de duur van de partneralimentatie te beperken. Vier jaar later en enkele aanpassingen verder, is het voorstel op 21 mei 2019 door de Eerste Kamer aangenomen. In dit artikel wordt stil gestaan bij de gevolgen van de wetswijziging.

Hoe is het nu?

Naar huidig recht is de duur van partneralimentatie12 jaar. Indien het huwelijk niet langer dan vijf jaar heeft geduurd én uit de relatie geen kinderen zijn geboren, is de duur van de alimentatieverplichting echter gelijk aan de duur van het huwelijk.[1]

Wat gaat er veranderen?

De duur van de partneralimentatie wordt beperkt; de onderhoudsverplichting geldt voor een termijn gelijk aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van vijf jaar. De alimentatieverplichting voor iemand die vier jaar gehuwd is geweest, is dan twee jaar. Een huwelijk van bijvoorbeeld acht jaar leidt tot een maximale alimentatieverplichting van vier jaar.

Op deze hoofdregel gelden drie uitzonderingen. (i) De eerste uitzondering geldt voor de gevallen waarin uit de relatie een kind is geboren dat ten tijde van de scheiding nog geen twaalf jaar is. De duur van de alimentatie wordt dan opgerekt totdat het (jongste) kind de leeftijd van twaalf jaar bereikt. In de situatie waarin het (jongste) kind ten tijde van de scheiding drie jaar is, zal de duur van de partneralimentatie dus negen jaar zijn. (ii) De tweede uitzondering geldt voor huwelijken die langer dan vijftien jaar hebben geduurd én waarvan de alimentatiegerechtigden de leeftijd hebben van maximaal tien jaar vóór de AOW-leeftijd. In dat geval stopt de alimentatieverplichting op het moment dat de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt. De alimentatieverplichting is in dat geval dus maximaal tien jaar. (iii) De derde uitzondering is van tijdelijke aard en geldt voor het geval de alimentatiegerechtigde vijftig jaar of ouder is en waarvan het huwelijk langer dan vijftien jaar heeft geduurd. In die gevallen bestaat de onderhoudsverplichting maximaal tien jaar. Deze uitzondering vervalt zeven jaar na de inwerkingtreding van de wet.

Net als onder het huidige recht is in de nieuwe wet een zogenaamde hardheidsclausule opgenomen voor zeer uitzonderlijke gevallen. Als beëindiging van de partneralimentatie voor de alimentatiegerechtigde van zo ingrijpende aard is dat handhaving van de termijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de onderhoudsgerechtigde niet kan worden gevergd, dan kan de rechter om verlenging van de alimentatie worden gevraagd.

Voor wie geldt de nieuwe regeling?

De nieuwe wet zal naar alle waarschijnlijkheid per 1 januari 2020 in werking treden. De nieuwe regels zijn slechts van toepassing op een uitkering tot levensonderhoud van de ex-echtgenoot die op of na 1 januari 2020 wordt overeengekomen of bepaald door de rechter. De wetswijziging heeft dus geen invloed op lopende alimentatieverplichtingen. De wijziging ziet bovendien enkel op partneralimentatie; de regels voor kinderalimentatie blijven ongewijzigd.

Mocht u vragen hebben over de huidige- of toekomstige wetgeving, dan kunt u contact opnemen met Maartje Wierstra (per e-mail wierstra@salval.com of telefoon +31(0)70 351 21 24).


[1] In het artikel wordt met huwelijk ook bedoeld het geregistreerd partnerschap.