Strafrecht - Gedragsaanwijzing van de officier van justitie ex artikel 509hh Sv

05 juni 2018

Op grond van artikel 509hh van het Wetboek van Strafvordering is de officier van justitie bevoegd een gedragsaanwijzing te geven aan de verdachte.

Lid 1 van artikel 509hh Sv bepaalt dat dit slechts is toegestaan wanneer tegen de verdachte een stevige verdenking bestaat ('ernstige bezwaren’) voor een strafbaar feit: 

  1. waardoor de openbare orde ernstig is verstoord en waarbij grote vrees voor herhaling bestaat, dan wel
  2. in verband waarmee vrees bestaat voor ernstig belastend gedrag van de verdachte jegens een persoon of personen, dan wel
  3. in verband waarmee vrees bestaat voor gedrag van de verdachte dat herhaald gevaar voor goederen oplevert.

De gedragsaanwijzing kan een gebiedsverbod of contactverbod met bepaalde personen inhouden. Bovendien kan deze inhouden dat de verdachte zich op bepaalde tijdstippen moet melden bij een opsporingsambtenaar of zich moet laten begeleiden in het kader van reeds bestaande hulpverlening (lid 2). 

De gedragsaanwijzing geldt voor een termijn van maximaal 90 dagen. Verlenging is alleen mogelijk als tegen de verdachte vervolging is ingesteld (lid 4). Opvallend is dat in de wet geen hoorplicht is opgenomen. Dit betekent dat de officier van justitie niet gehouden is het standpunt van de verdachte te vragen alvorens een gedragsaanwijzing te geven.

De gedragsaanwijzing is overigens niet zo vrijblijvend als de term doet vermoeden. Overtreding hiervan wordt in de artikelen 184 en 184a van het Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld. Hiervoor kan ook een gevangenisstraf worden opgelegd.

Reden dat de gedragsaanwijzing is ingevoerd is dat direct kan worden ingegrepen bij een verdenking van het plegen van strafbare feiten teneinde herhaling hiervan te voorkomen. De zitting bij de rechter, waar bij vonnis bijzondere voorwaarden kunnen worden opgelegd die qua inhoud gelijk zijn aan de gedragsaanwijzingen zoals opgenomen in artikel 509hh Sv, hoeft niet te worden afgewacht. 

De andere mogelijkheid die de wet kent om direct in te grijpen en recidive te voorkomen, namelijk voorlopige hechtenis, die door een rechter(-commissaris) wordt bevolen en eventueel onder voorwaarden wordt geschorst, is niet in alle zaken geschikt. De gedragsaanwijzing lijkt met name uitkomst te bieden in die zaken waarin voorlopige hechtenis ofwel niet mogelijk, ofwel een te zwaar middel is.

Groot verschil tussen de gedragsaanwijzing enerzijds en de voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden en voorlopige hechtenis anderzijds, is dat bij de gedragsaanwijzing (vooraf) geen rechterlijke toetsing plaatsvindt. Dit is een groot bezwaar. Door een gedragsaanwijzing kan een verdachte immers fors in zijn vrijheid worden beperkt.

Dit wordt gedeeltelijk ondervangen door lid 5 van artikel 509hh Sv: de verdachte kan tegen de opgelegde gedragsaanwijzing in beroep bij de rechtbank. Er is dus wel voorzien in een rechterlijke toets, maar slechts ná het opleggen van de gedragsaanwijzing en enkel wanneer de verdachte hierom verzoekt.

De rechter toetst of aan de wettelijke voorwaarden is voldaan en of de maatregel proportioneel is, dus of de mate waarin de vrijheid van de verdachte wordt aangetast in verhouding staat tot de ernst van het strafbare feit waarvan deze wordt verdacht en de doeltreffendheid van de gedragsaanwijzing.

De praktijk laat zien dat rechters zeker bereid zijn te oordelen dat de gedragsaanwijzing onterecht is opgelegd (ECLI:NL:RBBRE:2012:BW8801, ECLI:NL:RBDHA:2016:8229).

Let op!

Mocht u als verdachte een gedragsaanwijzing van de officier van justitie hebben gekregen, neem dan contact op met één van onze strafrechtadvocaten: a.l.poll@salval.com, wierstra@salval.com, c.p.wesselink@salval.com